btw berekenen

BTW in het kort

Hoewel de BTW – oftewel Belasting over de Toegevoegde Waarde – al decennia lang bestaat, is het voor velen nog steeds en moeilijk begrip. Vooral in de wereld van ondernemers/ZPP’ers roept het regelmatig vragen op. En toch is het eigenlijk best simpel. Hieronder een overzicht van zaken die als handvat kunnen dienen voor een beter begrip.

Wat is BTW?
BTW is hetzelfde als omzetbelasting. Dat begrip geeft al duidelijker aan waar het om gaat, namelijk de belasting die geheven wordt over de waarde die aan een product of dienst wordt toegevoegd. En dat is weer het verschil tussen de inkoopprijs, inclusief kosten en de verkoopprijs. Een ondernemer moet de BTW in rekening brengen over al zijn verkopen – zijn omzet dus – en deze afdragen aan de Belastingdienst. In een aantal gevallen geldt daarvoor vrijstelling, waarover later meer. Intussen is het dus doorgaans zo dat de ondernemer zelf ook BTW betaalt, namelijk omdat hij zelf ook producten koopt als tussenhandelaar in de productieketen. En uiteindelijk is het de consument in de winkel die als laatste schakel BTW belasting moet betalen. De belasting geldt dus voor het verbruik dat iedere schakel van het product of de dienst maakt na doorgifte. Vandaar wordt de BTW ook wel een verbruiksbelasting genoemd.

Voor wie geldt de BTW

Het is de ondernemer die altijd verantwoordelijk is voor het in rekening brengen van de BTW én de afdracht daarvan aan de fiscus. Voordeel voor de ondernemer is dat hij de BTW die hij zelf heeft betaald van zijn omzet mag aftrekken.

Vrijstellingen

En er zijn uitzonderingen en vrijstellingen. Zo is de levering van bepaalde diensten of producten vrijgesteld van BTW. Journalisten, medici en bepaalde adviseurs is het niet toegestaan BTW te heffen over hun aankopen in zakelijke sfeer. Zij kunnen deze dus ook niet aftrekken van hun zakelijk inkomen. Ook kan er sprake zijn van tussenvormen voor wat betreft de BTW, bijvoorbeeld in het geval dat een ondernemer, naast zijn reguliere van BTW vrijgestelde activiteiten, ook btw-plichtige dingen doet. Over die laatste klussen is de BTW dan wel weer aftrekbaar, over de eerste niet.

BTW-tarieven

De tariefstelling in de BTW verschilt afhankelijk van het specifieke product of de dienst waar het om gaat. Er zijn drie tarieven, die hieronder kort de revue passeren.

Het algemene btw-tarief dat in beginsel voor alle – niet vrijgestelde – goederen en diensten geldt is 21 procent.

Daarnaast geldt voor een beperkt aantal goederen een verlaagd tarief ter hoogte van 6 procent. Het gaat dan om zaken die meer tot de basisbehoeften worden gerekend, zoals voedingsmiddelen en geneesmiddelen, maar ook boeken en tijdschriften of bepaalde diensten, zoals een was- en knipbeurt bij de kapper.

Tenslotte is er nog het 0 procent-tarief. Het betreft dan bijvoorbeeld exportgoederen die onder douanebepalingen vallen en tijdelijk zijn opgeslagen in een douane-entrepot. Ook bepaalde diensten in het internationale handelsverkeer vallen hieronder.

Administratie

Zorg als ondernemer voor een goede administratie, de fiscus eist dit en heeft daarvoor regels gesteld. Niet alleen geldt een duidelijke en volledige administratie als de basis voor een juiste, controleerbare btw-aangifte, maar het is zeker ook in het belang van de ondernemer zelf om te weten wat lopende een jaar gebeurt in zijn bedrijf op het gebied van omzet en BTW verrekening.

Hoe bereken je BTW

Het is handig om wat vuistregels te hebben over hoe je de BTW berekenen moet van een bedrag. Dat geldt zeker als men direct een zuiver beeld wil hebben van bijvoorbeeld de gewenste winstmarges die men wil verwerven met de verhandeling van goederen.

Kort gezegd zijn er 2 manieren om dat te doen, de exclusieve methode en de inclusieve methode.

Bij de eerste vermenigvuldig je de vergoeding die krijgt voor je product of dienst met het toepasselijke percentage van de BTW ( 6% of 21%). Als je dit bedrag optelt bij de vergoeding kom je op de totaalprijs, inclusief BTW.

Voorbeeld
De inkoopprijs van een product is 100 euro, zonder de 21% BTW. Met een gewenste winstmarge van 100%, moet het goed dus minimaal 200 euro kosten, exclusief de BTW. Het wordt dan uiteindelijk verkocht voor 200 euro + 21% BTW x 200 euro = 242 euro.

Bij de tweede methode wordt de verkoopprijs, inclusief de BTW, vermenigvuldigt met het breukbedrag waarin het percentage BTW is verwerkt. Zo bereken je het bedrag van de BTW in de verkoopprijs.

Voorbeeld
Dezelfde goederen als hiervoor hebben een gewenste verkoopprijs van 150 euro, inclusief 21% BTW. Om het bedrag van de BTW nu te bereken ga je als volgt te werk: 150 euro x 21/121= 26 euro. De winstmarge is dan: 150 euro minus 26 euro minus 100 euro = 24 euro.

Het doen van aangifte
Aangifte bij de Belastingdienst van de af te dragen BTW gebeurt over het algemeen per jaar of per kwartaal, maar soms ook per maand. Dit is afhankelijk van de hoogte van het bedrag dat moet worden afgedragen. Hoe hoger het bedrag hoe vaker er aangifte moet worden gedaan, de Belastingdienst bepaalt dit meestal. De ondernemer berekent in eerste instantie zelf hoeveel BTW er betaald moet worden. Ook als er in een periode geen omzet is gedraaid – en er dus geen BTW is te verrekenen – moet er toch aangifte worden gedaan.

Check voor meer informatie over alles wat BTW te maken heeft de website van de btwonlineberekenen.nl, hier is veel meer te vinden over het doen van aangifte voor de BTW, het betalen of terugkrijgen van BTW, tarieven, vrijstellingen en bijzondere regelingen. Ook worden rekenhulpen geboden voor specifieke situaties.